"Sem krijgt drie euro. En Noor krijgt vijf, én ze hoeft er niks voor te doen." Als je kind op de basisschool zit, komt dit gesprek een keer — meestal aan tafel, meestal met een blik van diepe verongelijktheid. En dan wil je eigenlijk maar één ding weten: wat is normaal?
Voor die vraag is er in Nederland gelukkig één duidelijk adres: het Nibud, het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting. Het Nibud onderzoekt al jaren wat ouders daadwerkelijk geven en publiceert daar richtbedragen per leeftijd over. Die zetten we hieronder op een rij — per leeftijd, want elk kind (en elk verjaardagsfeestje) is anders.
De Nibud-bedragen per leeftijd
Twee tabellen, want het Nibud maakt onderscheid tussen basisschool (per week) en middelbare school (per maand). De bedragen komen van de zakgeldpagina van het Nibud; de basisschoolbedragen zijn gebaseerd op het Nibud Kinderonderzoek 2023, de bedragen voor scholieren op het Nibud Scholierenonderzoek 2025.
Basisschool — zakgeld per week:
| Leeftijd | Bedrag per week |
|---|---|
| 6 jaar | € 1,20 – € 2,30 |
| 7 jaar | € 1,40 – € 2,30 |
| 8 jaar | € 1,90 – € 2,80 |
| 9 jaar | € 2,30 – € 2,90 |
| 10 jaar | € 2,30 – € 2,80 |
| 11 jaar | € 2,30 – € 3,50 |
| 12 jaar | € 2,60 – € 4,70 |
Middelbare school — zakgeld per maand:
| Leeftijd | Bedrag per maand |
|---|---|
| 12 jaar | € 20 – € 22 |
| 13 jaar | € 20 – € 25 |
| 14 jaar | € 25 – € 32 |
| 15 jaar | € 25 – € 35 |
| 16 jaar | € 25 – € 43 |
| 17 jaar | € 25 – € 40 |
| 18 jaar | € 40 – € 50 |
Belangrijk om te weten: dit zijn geen voorschriften maar observaties — dit is wat Nederlandse ouders daadwerkelijk geven. Minder geven is niet gierig, meer geven is niet fout. De tabel beantwoordt alleen de vraag waar je 's avonds over ligt te piekeren: zit ik in de buurt van normaal? (Ja, waarschijnlijk wel.)
Zakgeld per leeftijd: wat speelt er wanneer?
Achter elke rij in de tabel zit een fase. Een korte rondgang:
Zakgeld met 6 en 7 jaar. Het startbedrag is klein — rond de € 1,20 tot € 2,30 per week — en dat is prima, want het gaat nog nergens om het bedrag. Het gaat om het ritueel: elke week, zelfde dag, echte munten in een spaarpot die je kind zelf kan zien en tellen.
Zakgeld met 8 en 9 jaar. Rond de € 1,90 tot € 2,90 per week. Dit is de leeftijd van de eerste echte koopbeslissingen: de kaartjes, de knuffel, het klein spul bij de kassa. En ook van de eerste miskopen — laat ze gebeuren, dat is precies waar zakgeld voor is.
Zakgeld met 10 en 11 jaar. De bandbreedte loopt op naar € 2,30 tot € 3,50 per week. Veel kinderen beginnen nu serieus te sparen voor iets groters, en dat is het moment waarop een zichtbaar saldo goud waard is — daarover verderop meer.
Zakgeld met 12 jaar. Het scharnierjaar: op de basisschool geven ouders € 2,60 tot € 4,70 per week, op de middelbare school wordt het € 20 tot € 22 per maand. Niet omdat 12 een magisch getal is, maar omdat de brugklas een nieuw leven is — met een pinpas, een pauzehap en meer eigen keuzes.
Zakgeld van 13 tot 18 jaar. De maandbedragen groeien geleidelijk van zo'n € 20 naar € 40 à € 50. Wat het zakgeld moet dekken groeit mee: veel gezinnen spreken af dat cadeautjes voor vrienden, uitjes of abonnementen er (deels) van betaald worden.
Per week of per maand?
De wissel zit bij de overgang van basisschool naar middelbare school, en dat is geen toeval.
Basisschool: per week. Jonge kinderen kunnen lange periodes nog niet overzien — een maand voelt voor een zevenjarige ongeveer zoals een decennium voor jou. Een kort, vast ritme (elke zondag na het ontbijt) maakt het verband tussen wachten, sparen en kopen überhaupt voelbaar.
Middelbare school: per maand. Nu begint de echte training: een bedrag over vier weken verdelen, aan het eind van de maand nog iets overhebben, sparen voor iets groters. Wie op z'n dertiende ontdekt dat de laatste week van de maand zonder planning behoorlijk lang duurt, hoeft die les op z'n achttiende niet met het eerste salaris te leren.
Vanaf welke leeftijd begin je?
Het Nibud houdt het op ongeveer 6 jaar — vanaf die leeftijd kunnen kinderen de verschillende munten herkennen. Eerder mag natuurlijk, met hele kleine bedragen, zolang je maar niet verwacht dat een kleuter er iets van "leert beheren".
Wat op elke leeftijd geldt: het bedrag is minder belangrijk dan de betrouwbaarheid. Een kleiner bedrag dat elke week stipt komt, leert je kind meer dan een royaal bedrag dat soms wel en soms niet verschijnt. Kies een vaste dag, zeg het bedrag één keer hardop ("je krijgt € 2,50 per week, daar betaal je zelf je kaartjes van") en houd je eraan.
Zakgeld is geen loon
De belangrijkste regel uit het Nibud-advies is geen bedrag maar een principe: zakgeld is geen loon en ook geen strafmiddel. Je kind hoeft er niets voor te doen, en het wordt niet ingehouden bij slecht gedrag — anders wordt het leermiddel een machtsmiddel. Wil je dat je kind wél iets extra's kan verdienen? Prima, maar regel dat in een aparte pot met betaalde extra klusjes.
Zakgeld is digitaal geworden
Nog iets dat uit het Nibud-onderzoek springt: zakgeld gaat steeds vaker giraal. Uit Financiële opvoeding in een digitaal tijdperk (Nibud, 2023) blijkt dat 93% van de ouders regelmatig zakgeld geeft en dat digitale uitbetaling in vijf jaar flink is toegenomen — alleen bij 6- en 7-jarigen gaat het nog overwegend contant.
Logisch: contant geld wordt zeldzamer en een tiener met een betaalrekening wil geen envelopje. Maar het heeft een prijs. Muntjes in een doorzichtige pot kún je zien groeien; een saldo op papa's telefoon niet. Hoe jonger je kind, hoe belangrijker het is dat het geld — echt of digitaal — ergens zichtbaar is.
En kleedgeld? Dat is het grotere broertje van zakgeld: veel gezinnen starten er ergens tussen de 12 en 16 mee. Het Nibud geeft daar bewust geen richtlijn per leeftijd voor, maar rekent op de scholierenpagina wel voor dat een compleet kledingpakket minimaal zo'n € 75 per maand kost. Handig ijkpunt voor als dat gesprek zich aandient.
De helft van het werk: bijhouden
Hier sneuvelen de meeste zakgeldsystemen — niet op het bedrag, maar op de administratie. De zaterdag schiet erbij in, niemand weet meer of de € 2,50 van vorige week al betaald is, en de beloofde bonus voor het autowassen bestaat alleen nog als vage herinnering. Na drie van zulke weken gelooft je kind het systeem niet meer. Terecht.
Wat helpt is één plek waar alles zichtbaar is: wat er is binnengekomen, wat er is uitbetaald, wat er nog openstaat. Dat kan een spaarpot met een briefje zijn, een lijstje op de koelkast — of een app die het telwerk overneemt. Hoe je dat aanpakt zonder er een boekhoudcursus van te maken, lees je in zakgeld bijhouden zonder zoekgeraakte briefjes.
Voor de duidelijkheid over waar Raccoon Kids in dit verhaal past: het vaste zakgeld blijft gewoon het vaste zakgeld — onvoorwaardelijk, zoals het Nibud adviseert, en het echte geld blijft bij jou. Raccoon regelt de pot ernaast: extra klusjes leveren munten op, jij bepaalt de koers, en het saldo groeit zichtbaar op het scherm van je kind — het digitale equivalent van de doorzichtige spaarpot. Wat je per klusje kunt betalen, staat in klusjes voor geld per leeftijd.
Conclusie
Hoeveel zakgeld per leeftijd? Op de basisschool ergens tussen € 1,20 en € 4,70 per week, oplopend met de jaren; op de middelbare school € 20 tot € 50 per maand. Begin rond de 6 jaar, betaal per week tot de brugklas en daarna per maand, zeg één keer duidelijk waar het voor is — en houd het vol, elke week, ook als het druk is.
Want dát is uiteindelijk het antwoord op de vraag van het verjaardagsfeestje. Wat Noor krijgt doet er niet toe. Dat jouw kind precies weet wat het krijgt, wanneer het komt en waarvoor het is — daar leert het van. Download Raccoon Kids als je daarbij een hulpje wilt dat nooit een zaterdag overslaat.